Heide

Heide of hei is een benaming voor vegetatie die vooral bestaat uit dwergstruiken uit de heidefamilie.

Heide komt in een beperkt aantal landen voor. Behalve in Nederland en België ook in de kuststrook van West-Europa, Groot-Brittannië en Ierland. Het is een typische vegetatie die zich thuis voelt in streken waar een zeeklimaat heerst, met een hoge luchtvochtigheid en niet al te warme zomers en geen strenge winters.


Afbeelding door Rasbak - Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=2670326

De natuurlijke verspreiding van heidevegetaties bestaat uit ontkalkte delen van het duinlandschap (met name in Noord-Nederland), gebergtes boven de boomgrens en de randen van hoogvenen. De heide in het binnenland is een cultuurlandschap ontstaan door onttrekking van voedingsstoffen door begrazing en afplaggen van zandige gronden. Uit pollenanalytisch onderzoek blijkt dat ook in het binnenland altijd wel heidevegetaties voorkwamen, maar de grote boomloze heidevelden en de zandverstuivingen zijn ontstaan door de intensivering van de schapenteelt gedurende de Middeleeuwen

bron: Wikipedia

 

Onder de Heifamilie vallen meerdere geslachten heide die ieder weer uit meerdere soorten kunnen bestaan.

Als de imker zijn volken naar de heide brengt dan gaat het echter in veruit de meeste gevallen om 'struikheide', maar er bestaan ook heidevelden (m.n. in Drenthe en de Waddeneilanden) met vooral de 'gewone dophei'. Nog zeldzamer komt ook de 'rode dophei' voor in heidevelden.

Onderstaand enkele uitheemse soorten dopheide (Erica), waarvan in plantsoenen en tuinen in de Lage Landen echter wel cultivars met allerlei kleuren kunnen worden aangetroffen, die ook wel door onze honingbij worden bevlogen:

 

 

 

 

 

Heidehoning

Alleen de honing van de struikheide mag heidehoning mag worden genoemd, bij de honing van andere soorten heide moet je de specifieke naam van die soorten gebruiken.

Heidehoning is thixotropisch: een pot heidehoning kun je op de kop houden zonder dat het er uitloopt. Pas na roeren begint het te vloeien. Is dit niet zo dan dan hebben de bijen naast de struikheide ook op nog andere drachtbronnen (bijvoorbeeld andere heidesoorten zoals de vossenbes) gefourageerd. In dat geval dien je je honing bij een honingkeuring aan te bieden als "heidemelange", en niet als heidehoning.

De honing van de struikheide moet eerst worden gekolbd voordat deze kan worden geslingerd. Dit is een van de redenen waarom het ook veel wordt aangeboden als heideraathoning, maar dat komt ook omdat hier veel liefhebbers voor zijn.

Heidehoning mag een hoger percentage vocht (23%) bevatten dan andere soorten honing. De grotere stroperigheid van deze honing wordt dus niet bepaald door een geringer vochtpercentage van deze honing.

In weerwil van de stroperigheid duurt het bij heidehoning is juist lang voordat deze kristallisereerd.

Heidehoning dient minimaal 45% struikheidepollen te bevatten.

Bron: Imkerpedia

 

Helaas kunnen wij u geen heidehoning meer aanbieden na jarenlang op de Loenermark te hebben gestaan met onze bijenvolken, is het ons niet langer toegestaan om onze bijenvolken op de heide te plaatsen. Dit door onderzoek van EIS dat de honingbij mogelijk ( U leest het goed mogelijk er is nooit bewijs geleverd worden het hele rapport is gebaseerd op aannames ) een concurrent zou kunnen zijn. Helaas gaan ook organisaties als Het GeldersLandschap & Kastelen hier in mee. Jammer genoeg is er niets over onderzoek of de wilde insecten / bijen voldoende voedsel voor hun jongen konden verzamelen te vinden. Deze worden namelijk pas weer het volgend jaar geboren. Of er wel voldoende nestgelegenheid is voor deze insecten ook over de noodzaak van een goede bestuiving van de heide. Voldoende zaad zodat er weer nieuwe heideplantjes kunnen groeien. Of de kwaliteit van het zaad niet slechter wordt. Het is nu eenmaal zo dat er voor een goede bestuiving veel insecten nodig zijn ook onze honingbijen. Als men deze weert hoe gaat het dan verder? Is er nog voldoende zaad van goede kwaliteit. Of gaat het zoals helaas zo vaak dat men jaren erachter komt hadden we toch anders moeten doen. Vergeet ook niet dat de honingbijen al miljoenen jaren in West Europa aanwezig zijn. Zelfs voordat er wilde bijen erbij kwamen. De honingbij is dan ook essentieel voor de biodiversiteit. 

Zijn het niet de imkers die al jaren roepen de biodiversiteit gaat achteruit. Eindelijk heeft men het maaibeleid van de bermen aangepast worden er akkerranden ingezaaid. Maar is het niet een beetje mosterd na de maaltijd beleid? 

Mijn inziens zou men beter moeten samenwerken en niet de honingbij weren maar de natuur aanpakken. Daar waar vroeger heide groeide maar doordat er geen geld was bos heeft laten groeien de heide weer ruimte geven. Ja er zou op die plekken wat bos verdwijnen en weer heide gaan groeien. Zo zijn er ook plekken waar men weer bos zou kunnen laten groeien of andere natuur zijn gang laten gaan.

Wat mij ook opvalt dat al die instanties die het zo goed met onze insecten / wilde bijen voor hebben allemaal wel iets verkopen. Van biologische bloembollen en meer. Laat gewoon een stukje van jouw tuin verwilderen en je zult verrast zijn wat zich daar ontwikkeld. Verschraal de grond door het gemaaide gelijk op te ruimen en je zult verrast zijn wat er aan bloemen gaat groeien en bloeien. 

Blijft de vraag nog over heeft de mens niet gewoon gezorgd dat er te weinig voedsel in de natuur te vinden is door jarenlang fout beleid te voeren? Bezuiniging op onderhoud van onze heide velden.

Een persoonlijke noot van een Imker die jarenlang na de heide ging met zijn honingbijen en het aantal Imkers  dat zijn bijenvolken plaatsten alleen maar zag afnemen.

Het weren van bijenvolken op de heidevelden.

In geen enkel rapport is tot op heden gesproken of onderzocht hoe groot de schade aan de natuur is door bijen op de heide te weren. De onderzoeken zijn gebaseerd op een wandeling van 20 minuten over de heide; dat is niet onderzoekwaardig.
In rapporten wordt gesproken over honingbijen en wilde bestuivers. Dit wekt een niet juiste weergave op. Wij spreken niet van wilde bijen, maar van solitaire bijen en honingbijen (Apis Millifera).
Honingbijen zijn net zo oud en wild als de solitaire bijen. Alleen de mens heeft het zich eigen gemaakt deze te houden, maar aan de eigenschappen is niets veranderd. En ze hebben al eeuwen naast elkaar geleefd.

Bijen als voedselbron

De rapporten over heidevelden gaan totaal voorbij aan de honingbij als voedselbron. Reptielen hebben zich aangepast, en kunnen als de heide bloeit, door het eten van bijen in augustus/september hun vetreserve opbouwen voor de winter. Denk aan de insecten etende vogels, reptielen, mieren, spinnen, torren, bijenwolf, hoornaars, enz. De zwaluwen die in augustus gaan vertrekken, komen in zwermen boven de heide vliegen. Dan komt er een uur lang geen bij meer binnen, de zwaluwen hebben daarna hun buik vol en trekken verder naar het zuiden. En de miljoenen spinnen die tijdens de heidebloei aanwezig zijn en van de bijen leven. Op dit heideveld  heeft zich in die vele  jaren een eigen biotoop ontwikkelden en die wordt teniet gedaan. En niet te vergeten de tonnen heidehoning die nu geheel verloren gaan en niet opgehaald worden door insecten. Door de honingbijen te weren, wordt velen hun voedsel ontnomen. De teruggang van de heidevelden is voor een groot gedeelte te verklaren door menselijk beleid. Vaak wordt er een schuldige gezocht en dan is het probleem opgelost. Dat de heidevelden teruggaan heeft als grootste oorzaak het beleid en de kosten. Wil je heide behouden, dan moet je maaien, plaggen, branden en laten grazen door schapen en niet door runderen. Ook moet je zorgen dat het gras niet in bloei komt. Nu laten wij gras groeien en bloeien en zaad vormen dat zich met tonnen over de heidevelden verspreidt. Maar ja, dan geven wij de stikstof de schuld. Ook dat kon wel eens voor een groot gedeelten niet juist zijn. Bij de teruggang van zowel solitaire bijen als honingbijen zien we dezelfde trend. Ook de honingbijen zijn teruggevallen; van 330. 000 in het verleden tot ongeveer 80.000 à 90.000 nu. Daarvan worden er zo’n 40.000 ingezet voor bestuiving. We mogen de conclusie trekken dat er een groot tekort is aan honingbijen in Nederland. Dat komt vooral door een gebrek aan goede bestuiving.

Toelichting:

Van groot belang voor de natuur is dat er gekeken wordt wat er werkelijk gebeurd op de heide Dat men gaat begrijpen dat het niet kan een onderdeel uit de natuur er uit te lichten, maar gekeken wordt naar de gevolgen, voor de gehele natuur om zo grote schade voor de natuur te voorkomen zoals op de heide door het weren van honingbijen. Ook is in die onderzoeken voorbij gegaan aan de bestuiving en zaad vorming van heide , zodat ook door voldoende zaad vorming zich nieuwe heide kan ontwikkelen. En dat men het juiste inzicht gaat krijgen, en weer voldoende honingbijen op de heide geplaatst worden. Zodat de habitat die zich de heide heeft ontwikkeld behouden kan blijven, en niet de zoveelste vernieling van de natuur is. En dat er geen concurrentie is op heide velden is, omdat er meer dan voldoende voedsel is voor allen, wat nu verloren gaat. Zo vinden wij in de rapporten vele aannames daar kan geen beleid op ontwikkeld worden, wat men wel doet Zo wijst een rapport van honingbijen in Amsterdam plotseling naar de Biesbos, zij hebben totaal niets met elkaar te maken, En kan men niet aan de indruk onttrekken dat rapporten geschreven worden naar de mening van de opdracht gever, en niet in het belang van de natuur. Ook zouden bij rapporten de nadelen vermeld moeten worden , zodat er een juiste afweging kan komen.